Midwinterhoornblazen

Hallo, Welkom op het forum over midwinterhoornblazen. Meld je aan en klets gezellig met ons mee..
1e advent
Zondag
27 November 2011

Mag er weer worden geblazen
.

Inloggen

Ik ben mijn wachtwoord vergeten

Twitter adventbloaser

facebook G

Laatste onderwerpen

» Het maken van een hoorn
di sep 11, 2012 4:06 pm van susie

» Dit jaar geen Cursus!
ma okt 17, 2011 5:31 pm van susie

» Cursus 2010
do okt 21, 2010 4:11 pm van susie

» Even voorstellen
di dec 29, 2009 1:40 am van martine

» Cursus 2009
di nov 03, 2009 11:16 pm van susie

» midwinterhoorn maken
vr okt 30, 2009 9:52 am van susie

» beginner midwinterhoorn
zo okt 11, 2009 8:32 pm van ijsseldijk

» Even voorstellen
zo jan 11, 2009 9:59 pm van Paul-Erna

» VoorStellen
za jan 10, 2009 5:18 pm van Winterhoornblazer sint ja


    Het maken van een hoorn

    Deel
    avatar
    susie
    Admin
    Admin

    Vrouw Boogschutter Aantal berichten : 42
    Leeftijd : 35
    Woonplaats : Losser
    Registration date : 06-10-06

    Het maken van een hoorn

    Bericht van susie op wo nov 03, 2010 2:02 pm

    avatar
    susie
    Admin
    Admin

    Vrouw Boogschutter Aantal berichten : 42
    Leeftijd : 35
    Woonplaats : Losser
    Registration date : 06-10-06

    Re: Het maken van een hoorn

    Bericht van susie op di sep 11, 2012 4:06 pm

    et maken van een Natte hoorn & droge hoorn & uitgebreide uitleg maken van een hoorn












    het natte hoorn

    het natte hoorn wordt tegenwoordig niet meer zo vaak gemaakt. dit omdat de natte hoorn meer onderhoud nodig heeft.

    klik op foto voor vergroting



    bij een natte hoorn worden de helften bijeen gebonden met een bies ertussen. de helften worden vastgebonden met pitriet. als men dan het natte hoorn in de put legt zwelt het bies op. op deze manier wordt het natte hoorn luchtdicht. de hoorn is wel zwaarder door al het vocht dat het opgenomen heeft. ( klik op de kleine foto voor vergroting: daar ze je dat de bies tussen de 2 helften zit en het pitriet er omheen.)

    buiten het blaasseizoen moeten er slangklemmen omheen om ervoor te zorgen dat de hoorn niet vervormt en dat de bies op de plaats blijft zittten



    het is een fabeltje dat water het geluid verder draagt. men legde de hoorn op de put omdat ze zo niet hoefden te tillen met de hoorn









    het droge hoorn (gelijmd hoorn)

    tegenwoordig worden de delen van de hoorn tegen elkaar aangelijmd. over het algemeen hoef je de hoorn nooit nat te maken. maar omdat het hout is (natuurprodukt) kan het voorkomen dat er een naad niet helemaal dicht is, in dit geval kun je er lijm bij tussen doen en het is weer goed.

    er zijn ook uitzonderingsgevallen. mijn man heeft een droge hoorn, maar als hij niet in het water is geweest blaast hij niet goed. wij zetten de hoorn dan even in het water en het klinkt weer









    De lengte van de hoorn heeft invloed op de toonhoogte en de inwendige diameter is van invloed op de volheid van de toon, daarom wordt een lengte van 1.20 tot 1.30 meter en een diameter van ongeveer 10 centimeter aangeraden. Hoewel de hoorn aan de binnenkant niet afgelakt mag zijn, moet deze wel zo glad mogelijk afgewerkt zijn, om een heldere zuivere klank te krijgen.

    Welk hout soort?

    Wanneer je een hoorn maakt die aan de bovengenoemde eisen voldoet, moet je een dikke stam hebben van één van de volgende houtsoorten: Berk, Els of een Knotwilg. Deze stam mag recht zijn maar het mooist is, een stam dat aan de dikste kant een kromming heeft. Houd ruime maten aan, zodat eventuele gebreken in de lengte- en/of dwarsrichting gecorrigeerd kunnen worden. De stam of tak moet afkomstig zijn van de in de winter afgezaagde of geknotte bomen. Daarna moet je deze meteen van de bast ontdoen en dan op een luchtige, beschaduwde plaats te drogen leggen (als het drogen te snel gaat barst het hout en wanneer het te langzaan gaat beschimmelt deze) en regelmatig controleren. Het drogen duurt meestal een half jaar. Het mondstuk, wordt enkel en alleen uit Vlierhout vervaardigd. Deze kun je goed bewerken in zowel gedroogde als in verse toestand. Bovendien bevat het van nature een mergkanaal dat doorboring in de lengterichting overbodig maakt. Het geschiktst zijn de oudere takken van ongeveer 5 centimeter dik.

    Het begin!

    Je begint met het vlak afwerken met een zijkant van de stam of tak. Dit gebeurt met bijvoorbeeld een haalmes en wel zodanig dat de voorkant van de stam geheel intact blijft en de achterkant voor ongeveer 3/5-de deel (zie figuur 2). Op de afgevlakte zijkant kan nu het precieze verloop van de hoorn worden afgetekend, en kan eventueel met sterke of zwakke kromming worden gecorrigeerd (figuur 3a laat zien hoe we kunnen handelen bij een te kromme stam en 3b bij een te rechte stam).

    De dwarsdoorsneden





    Wanneer we de uitwendige vorm in de lengterichting hebben vastgesteld, kunnen we op de voor-en achterkant met een passer het juiste formaat (de dwarsdoorsneden) aftekenen. Je moet rekening houden met doorzaag verlies, daarom moet de afstand (hoogte) altijd 3 mm groter zijn. De diameter aan de voorkant wordt voornamelijk bepaald door de dikte van de stam en de maat die de maker nastreeft. De wanddikte moet minstens 10 mm dik zijn, en de minimale binnendiameter 80 mm (dus aan de voorkant tenminste 80mm + 2 maal 10mm = 100 mm en de achterkant 18 + 2 maal 12 = 42mm). Nu moet je de ronde vormen aan voor- en achterkant vloeiend met elkaar verbinden. Maar voor dat je dit met een haalmes doet, moet je eerst zorgvuldig tekenen.

    Tekenen





    Eerst wordt aan de voor- en achterkant evenwijdig aan de afgevakte kant, precies in het midden, de zaagsnede met een dikke of twee dunne lijnen aangegeven (zie figuur 4 voor de situatie aan de voorkant en figuur 5 voor enige mogelijkheden aan de achterkant). Haaks op deze verticale lijnen worden hierna aan oor-en achterkant de horizontale middellijnen ingetekend (zie figuur 6).

    Afvlakken





    Als het teken werk af is zetten we de toekomstige hoorn goed vast(bijv in een bankschroef) en vlakken nu eerst de tweede zijkant af met het haalmes en de schaaf. Het gevolg is weergegeven in figuur 7. Vervolgens wordt langs de lijken die we eerder op het eerste zijvlak aftekenen eerst de onderkant en daarna de bovenkant van overtollig hout ontdaan. Een groot deel van het werkstuk heeft nu op doorsnede een min of meer vierkante vorm gekregen. Dan worden de vier lange vlakken met behulp van een schaaf, meetlat en winkelhaal nauwkeurig afgewerkt, zodat ze over de hele lengte precies loodrecht op elkaar staan en overal de juiste afmetingen hebben gekregen. Op deze manier wordt een goede basis gelegd voor de volgende bewerking (figuur Cool

    Achtkantig

    Als steeds beginnen we met de achtkante vorm op de voor- en achterkant af te tekenen. Met haalmes, Stanleyvijl en schaaf maken we onze hoorn over de gehele lengte daarna netjes achtkantig. Het verloop van dit werk kan worden gecontroleerd met een haakje van 135 graden en een krompasser (figuur 9).

    Doorzagen





    Wanneer dit klaar is, komt er een ander precies karwei; het doorzagen in de lengterichting. Eerst moet er weer getekend worden. Vanuit de beide verticale lijnen aan voor- en achterkant worden op de boven- en onderkant van onze hoorn de zaaglijnen afgetekend (figuur 11). Het zagen kun je zelf doen, maar een vakman met een lintzaag kan dit waarschijnlijk het beste. Voorwaarde is een goed blad zodat een rechte zaagdoorsnede verkregen wordt. Met enige ervaring is deze klus in een uur geklaard. Voordat we verder gaan met het verder afwerken van de buitenkant, worden de beide zaagvlakken geëgaliseerd zodat de beide helften goed op elkaar passen.

    Het afronden van de midwinterhoorn





    De beide helften kunnen nu met slangenklemmen aan de voor- en achterkant tegen elkaar worden geklemd. Hierna kan de hoorn over de lengte bewerkt worden met een stanleyrasp om hem rond te maken. Dit is een precies werkje want de volgende stap is het uithollen, want dan wordt de buitenkant gebruikt als uitgangspunt voor de wanddikte. Maar de buitenkant heeft nog niet spiegelglad te zijn omdat tijdens het lijmen de buitenkant toch weer beschadigd wordt. Vervolgens kunnen de klemmen weer worden los gemaakt voor de volgende bewerking

    Uithollen





    De helften moet je nu goed vast klemmen want het uithollen vergt de nodige kracht. Eerst moet je weer tekenen. Op het glad gemaakte zaagvlak wordt lang de buitenkant met een dunne viltstift de wanddikte afgetekend. Deze mag variëren tussen 8 en 10mm, mar moet over de beide helften wel precies gelijk zijn. Op de voorkant moet tevens de wanddikte worden afgetekend, dit is niet nodig voor de achterkant want hier wordt de opening gemakt met een houtboor. Nu kun je beginnen met het uithollen met behulp van een gutsbeitel. Je begint daarmee in het midden aan de voorkant en steken geleidelijk naar voren en zijwaarts werkend het hout weg. En naarmate je bij de buitenkant komt, moet je natuurlijk voorzichtiger worden. Met zelfgemaakte kunststofmallen kunnen de vorderingen gemakkelijker worden gecontroleerd. De hele helft wordt zo over de totale lengte, tot ongeveer 7 cm voor de achterkant met de gutsbeitel en hamer uitgehold (figuur 12). De laatste fijnere afwerking kan het best met een heel scherpe gutsbeitel met de hand gebeuren. Hierdoor wordt de kans op ongewenste beschadiging door een doorschietende beitel verkleind. De uiteindelijke afwerking kan eventueel met een smalle schaaf en ronde beitel worden uitgevoerd. Hiermee kan een mooie gelijkmatige wanddikte worden verkregen. Plaatsen waar de schaaf niet kan komen, kun je met een aangepaste schraapstaal uitschrapen. Met dit simpele gereedschap kun je de hoorn aan de binnen kant mooi glad afwerken. De andere helft verwerk je op precies dezelfde manier, en wanneer ze allebei van binnen zijn afgewerkt, worden ze op elkaar gelegd en kleine oneffenheden weggewerkt. Ook noesten en andere gebreken in het hout worden met een propje hout of lijm of en een beetje vulpasta gerepareerd.

    Opening mondstuk





    Het boren van de opening voor het mondstuk is het volgende werk dat nauwkeurig uitgevoerd moet worden. In het gespaard gebleven achterste deel van beide helften wordt precies in het midden met een zaag of beitel een kerf in de lengterichting gemaakt. Deze kerf moet bij het boren de boor geleiden. De beide helften worden nu opnieuw met een paar slangenklemmen op elkaar geklemd. Dan wordt heel voorzichtig met een houtboor van 16 tot 18 mm in een booromslag met handkracht een gat in het achtereinde van het werkstuk geboord. Hierbij is voortdurende controle noodzakelijk om te voorkomen dat de oor van zijn koers afwijkt. Is het gat geboord dan worden de beide helften weer van elkaar gehaald en wordt van elke helft de overgang van boorgat naar hoornholte vloeiend afgewerkt (figuur 13a en 13b). Tenslotte wordt met een scherp schraapstaal en fijn schuurpapier de binnenkant van beide helften spiegelglad afgewerkt.

    Het lijmen





    De lijmvlakken worden nu over de hele lengte dun ingesmeerd met een goede houtlijm. We laten de lijm even drogen en dan worden de beide helften met de lijmvlakken voorzichtig op elkaar gelegd. Dot moet secuur gebeuren. Is de lijm eenmaal gehard dan is er geen verwikken meer aan. De beide zijkanten en de voor- en achterkant moeten dus heel precies op elkaar aansluiten. Aan de achterkant waar het gat voor het mondstul zit, kan een houten pen voor de juiste aansluiting zorgen. Terwijl de lijm iets opdroogde, hebben we de benodigde slangenklemmen van groot naar klein in de juiste volgorde gelegd met de klemschroef steeds naar dezelfde kant. De grootste slangenklem wordt het eerst aangebracht en goed aangedrukt; daarna volgen de andere in volgorde van grootte. De onderlinge afstand tussen de slangenklemmen moet tussen 12 en 15 cm bedragen. Men is dan vrijwel zeker van een goed resultaat. De slangenklemmen worden nu een voor een met een schroevendraaier of ringsleutel geleidelijk vaster aangedraaid. Als men dan over de hele lengte van de hoorn een dun lijmwalletje ziet verschijnen verloopt alles naar wens. De pen in het gat van het mondstuk moet een paar maal rondgedraaid worden om te voorkomen dat die ook wordt vastgelijmd. De gelijmde hoorn laat men nu op een licht verwarmde plaats bij een temperatuur tussen 15 en 25 graden Celsius tenminste twaalf uur staan zodat de lijm goed kan harden. Vervolgens worden de slangenklemmen losgedraaid en de pen verwijderd.

    Afwerking





    Nu wordt de hoorn aan de buitenkant netjes afgewerkt. De beschadigingen die door de slangenklemmen veroorzaakt zijn worden met stanleyrasp, schraapstaal en schuurpapier weggewerkt. De randen aan de voor-en achterkant worden netjes afgerond, lijm resten verwijderd en tenslotte wordt de hoorn spiegelglad afgeschuurd. Dan wordt de hoorn gebeitst. We maken gebruik van beits op waterbasis. De kleur is naar keuze van de gebruiker. De meeste hoorns zijn vrij licht van kleur. De beits wordt met een kwast opgebracht. Deze beits droogt gewoonlijk vrij snel zodat het oppervlak van de hoorn na een uur of zes licht geschuurd kan worden en opnieuw gebeitst. Dit herhalen we nog een keer. Na de derde en laatste keer wordt er niet me geschuurd. Als de beits goed droog is geworden wordt de hoorn op dezelfde wijze tweemaal bewerkt met een kleurloze houtlak, bijvoorbeeld Glitsa eiglans. Driemaal is trouwens beter. Als men een eigen merkteken in de hoorn wil aanbrengen moet dat na het beitsen gebeuren.

    De banden





    Meestal wordt net voordat de hoorn voor de derde keer wordt gelakt van pitriet of soortgelijk materiaal een aantal banden aangebracht. Afhankelijk van de lengte van de hoorn gewoonlijk vier of vijf. Vroeger dienden deze banden om de beide helften van de hoorn bijeen te houden. Tegenwoordig hebben ze een sierwaarde. Het aantal windingen per band bedraagt meestal vier of vijf. Nadat de banden zijn aangebracht wordt de hoorn nog eenmaal gelakt. De banden blijven dan goed op hun plaats. Als nu nog een koord met een mastworp juist onder en boven een band aan de hoorn wordt vastgemaakt is de hoorn gereed. Een belangrijk onderdeel mankeert er echter nog aan: het mondstuk of happe.

    De hap





    Voor het mondstuk wordt uitsluitend vlierhout gebruikt, afkomstig van een tak of stam van ongeveer 4 cm dikte. Bij een tak van deze afmeting heeft het mergkanaal meestal een gunstige diameter van 4 tot 5 mm. Men gebruikt altijd een gaaf deel van een tak dat juist tussen twee knopen, de verdikkingen, in ligt. Er kan in dit geval een vers hout worden uitgegaan, hoogstens moet dan met enige krimp rekening worden gehouden.

    Het maken van het mondstuk





    Het uitgezocht takdeel wordt op een lengte van circa 10 cm afgezaagd. Dan wordt de bast er af gehaald en het merg er uit gedrukt. Eerst wordt nu aan de voorkant, de toekomstige blaaskant, rond het mergkanaal een cirkel getrokken met een middenlijn die ongeveer 3mm groter is dan de middenlijn van het gat van de hoorn. Aan de andere kant van eht stukje vlierhout wordt eveneens een cirkel aangebracht met een middellijn die een paar mm kleiner is dan het gat in de hoorn (Figuur 14). Al het hout buiten deze cirkels wordt achtereenvolgens met een haalmes en een stanleyrasp weggehaald. Met een houtvijl en schuurpapier wordt het stukje hout zuiver rond en vervolgens passend in het gat van de hoorn gemaakt. Dit moet weer precies gebeuren: een lekkende happe brengt geen goede toon met zich mee. Aan de voorkant van de happe wordt onder een hoek van circa 45 graden een klein stukje hout weggezaagd. Het zaagvlak wordt met een houtvijl glad gevijld. Dan wordt de happe hier met een beitel en een scherp mes voorzichtig uitgehold (figuur 15). Ook de achterkant van de happe wordt, ditmaal met een klein freesje in het booromslag tapsvormig uitgehold. Met fijn schuurpapier worden alle scherpe kantjes en oneffenheden weggewerkt. Na even met de happe te hebben proefgeblazen en het eventueel uitvoeren van enig correctiewerk kan ook dit deel met blanke lak behandeld worden. Hoorn en happe zijn nu eindelijk klaar.

    bron http://www.geocities.com/twentschgenootschap/Midwinterhoorn.htm







      Soortgelijke onderwerpen

      -

      Het is nu zo nov 18, 2018 6:50 am